Interieur

De eetkamer als aparte kamer is terug, en beter dan ooit

· 5 min leestijd

Lang was de open plattegrond heilig. Keuken, eethoek en woonkamer gingen naadloos in elkaar over, en wie dat anders wilde, was hopeloos ouderwets. Maar die tijden zijn voorbij. Steeds meer interieurontwerpers, en steeds meer mensen thuis, trekken de conclusie dat de eetkamer zijn eigen ruimte terugverdient. Niet de stijve kamer met een kast vol serviesgoed dat je nooit aanraakt, maar een intieme, rijke plek die bij elk diner het gevoel geeft dat je ergens bijzonders naartoe gaat.

Het open plan heeft zijn beste tijd gehad

De open plattegrond paste perfect bij de jaren negentig en nul: luchtig, sociaal, modern. Maar hoe langer je erin woont, hoe meer nadelen je ontdekt. Keukengeuren trekken de woonkamer in. De afwasmachine dreunt op de achtergrond terwijl jij probeert te ontspannen. En als je gasten ontvangt, zie je meteen alle rommels die je vlak voor de bel nog snel achter het aanrecht had geschoven.

Thuiswerken heeft de ergernissen versneld. In een open ruimte hoor je alles, zie je alles, en is er nergens een deur om achter dicht te trekken. Dat heeft het denken over plattegronden voorgoed veranderd. Mensen willen afscheiding, niet als teken van rijkdom maar als praktische noodzaak.

De eetkamer als eigen wereld

Internationale ontwerpers hebben er een term voor: de jewel box. Een compacte, op zichzelf staande eetkamer met zoveel karakter dat hij voelt als een bijzondere ruimte, niet als een doorgangskamer. Het idee is niet nieuw, maar de uitvoering is dat wel. De formele eetkamer, die mensen associeerden met hun grootouders, is ingeruild voor een cosy, persoonlijke ruimte met rijke materialen en een sfeer die uitnodigt om lang te blijven zitten.

De oppervlakte hoeft echt niet groot te zijn. Met 12 tot 15 vierkante meter zet je een ronde tafel van 1,40 meter neer, zes stoelen, een buffetkast en een lamp die het ankerpunt vormt. Wat het effect maakt, is de afscheiding: een deur, een boog, of zelfs alleen een brede doorgang met een andere vloer eronder. Dat laatste is al genoeg om te suggereren dat je een andere ruimte betreedt.

Kleuren die niet bang zijn voor zichzelf

Een ding is zeker: de eetkamer van nu is niet lichtgrijs en niet beige. Ontwerpers rapporteren een sterke verschuiving naar donkere, rijke kleuren: donkergroen, burgundy, diep terracotta, nachtblauw. Kleuren waarbij je er 's avonds bij kaarslicht anders in zit dan bij daglicht, en dat is precies de bedoeling.

Colour drenching, waarbij muren en plafond in dezelfde kleur worden geschilderd, werkt in een eetkamer bijzonder goed. In een grote open ruimte voelt het snel benauwend, maar in een compacte eetkamer creëert het precies die cocon-sfeer die je wil. Lees ook ons artikel over colour drenching voor tips over kleurkeuze en hoe ver je kunt gaan met muren én plafond tegelijk.

Donker hout versterkt het effect. Wenge, notenhout of eiken dat donker gebeitst is, nemen de plek in van het lichte, scherpe hout dat de afgelopen tien jaar de eetkamers domineerde. Die bredere verschuiving beschreven we al eerder in dit stuk over donker hout in de woonkamer: de trend gaat verder dan een modegril en zit in een groter verlangen naar warmte en diepte.

De lamp boven de tafel is het ankerpunt

Elke eetkamer heeft één punt dat de ruimte organiseert: de hanglamp boven de tafel. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de uitvoering maakt meer verschil dan je verwacht. Een te kleine lamp verliest zich in de ruimte, een te hoge hanghoogte werkt ook niet. De vuistregel: hang de onderkant 70 tot 80 centimeter boven het tafelblad, en kies een diameter die minstens een derde van de tafelbreedte beslaat.

De materialen die nu werken: messing, brons en koper. Niet glanzend chroom, niet mat zwart, want die zijn te scherp voor de zachte sfeer die de nieuwe eetkamer nastreeft. Een warme metaalkleur trekt het licht naar beneden en contrasteert mooi met donkere wanden. De bredere opmars van warme metalen staat beschreven in ons overzicht van messing en brons.

Zo haal je dit in huis zonder muren te slopen

Veel mensen wonen niet in een huis met een aparte eetkamer, en dat hoeft ook geen belemmering te zijn. De essentie van de trend is niet de muur of de deur, het is de intentie waarmee je de eetplek behandelt.

Begin met het vloerkleed. Een stevige vloerbedekking onder de eettafel is de snelste manier om een zone af te bakenen. Kies een maat waarbij de stoelen ook bij schuiven nog op het kleed staan: voor een tafel van 1,60 meter is dat een kleed van minimaal 2,40 bij 2,40 meter.

Voeg daarna een buffet, boekenplanken of een andere opberger toe die de eethoek sluit. Niet als een echte muur, maar als een aanduiding van een grens. Combineer dat met fluweelstoelen of stoelen in bouclé stof - materialen die uitnodigen om langer te blijven zitten - en je eethoek voelt al heel anders dan een doorgangskamer naast de keuken.

Tot slot: gebruik een dimmer op de lamp boven je tafel, zet de plafondspots uit tijdens het eten en vertrouw op sfeerverlichting alleen. Dat is het goedkoopste, snelste en meest onderschatte middel om van een eethoek een echte eetkamer te maken.

V
Geschreven door Vera Hendriksen Interieur redacteur

Vera studeerde interieurarchitectuur in Eindhoven en heeft een zwak voor Scandinavisch design dat ze omschrijft als een gezonde verslaving. Naast haar werk voor diverse interieurblogs adviseert ze particulieren over hun woninginrichting, waarbij ze altijd begint met de vraag hoe leef je eigenlijk in plaats van wat wil je kopen. Haar eigen huis is een permanent experiment waar meubels komen en gaan alsof het een wisselexpositie is. Ze heeft een hekel aan interieurregels die als wet worden gepresenteerd en bewijst graag dat een mooie kamer niet duur hoeft te zijn. Haar Ikea-hacks zijn legendarisch onder vrienden en sommige daarvan zijn zelfs door de originele ontwerper gecomplimenteerd. Als ze niet aan het schrijven of inrichten is, struint ze kringloopwinkels af op zoek naar de volgende verborgen parel.