De vlakke kiezeltuin met scherpe randen is op zijn retour. Wat je nu in Engelse tuinmagazines en op Instagram ziet, is precies het tegenovergestelde: terrassen die langzaam onder hun eigen pergola verdwijnen, tuinstoelen waarvan de leuningen begroeid raken, schuttingen die niet meer te zien zijn. Engelse interieurontwerpers hebben er een naam voor verzonnen, nature-drenching, en de trend waait deze zomer onmiskenbaar over naar Nederland.
Wat het is, waarom het werkt en welke planten je nodig hebt om er deze zomer aan te beginnen.
Van color drenching naar nature drenching
De term komt rechtstreeks uit de interieurwereld. Color drenching draaide om kamers waarin muur, plafond en plint dezelfde kleur kregen, om alles in één omhulsel te dompelen. Toen die logica buiten kwam, kreeg ze een groene jas. Niet meer een tuin met een terras erin, maar een terras dat door de tuin omarmd wordt. Klimplanten die over je pergola heen klimmen, takken die boven je eettafel hangen, klimop die langs de armleuning van je bank kruipt.
Het verschil met de klassieke wilde tuin is dat nature drenching gestuurd is. Je laat planten begaan, maar je kiest wél vooraf welke kant ze opgroeien en hoe het skelet eruitziet. Het oogt zorgeloos, maar elk element staat er met reden. Niet rommel, maar geredigeerde wildgroei.
Waarom uitgerekend nu
Drie dingen vallen samen. De zomers worden warmer, en in een Nederlandse achtertuin met enkel tegels meet je tijdens een hittegolf zomaar veertig graden boven het oppervlak. Een pergola met blauweregen of druif erover scheelt met gemak acht tot tien graden eronder. Tegelijk zoeken bewoners weer leven in hun tuin: bijen, vogels, vlinders, en het besef dat een gazon met sierheester ze allemaal wegjaagt. En aan de styling-kant geldt sinds een paar jaar dat een verwilderde tuin acceptabel is geworden, mits de chaos er bedoeld uitziet.
Het gevolg is dat de tuin niet langer wordt aangelegd als een buitenkamer met meubels en tegels, maar als een ruimte waar de natuur de hoofdrol speelt en jij erbij komt zitten. Geen ingerichte tuin, eerder een tuin waar je in mag.
De klimplanten die het werk doen
Voor een nature gedrenched terras heb je planten nodig die snel klimmen, lang houden en niet wegkwijnen in de eerste droge week. Vijf soorten werken het beste in Nederlandse omstandigheden:
- Blauweregen (Wisteria sinensis) bloeit in mei met meterslange paarse trossen. Hij wordt op termijn loodzwaar, dus zet er een stevig stalen of houten frame neer voor hij gaat klimmen.
- Druif is een eetbare schaduwgever die in een Nederlandse zomer prima rijpe trossen produceert. Ideaal over een eettafel of pergola; in september pluk je er regelmatig nog van.
- Klimhortensia werkt in de schaduw waar bijna niets anders overleeft. Klimt langzaam, maar bedekt op termijn een hele schuurmuur of noordmuur.
- Clematis montana is de snelste van het stel, wit of roze bloeiend in mei, en geeft een gordijn-effect waar je een schutting wil verbergen.
- Trompetbloem (Campsis radicans) bloeit oranje-rood en haalt het beste uit zichzelf in onze nieuwe, hetere zomers. Wel pas op met de wortelopslag.
Laat klimop links liggen tenzij je een eeuwenoude bakstenen muur hebt waar het voegwerk toch al naar de bliksem is. Op nieuwbouw of gestuukte gevels vreet hij zich kapot in het pleisterwerk.
De plekken waar het gebeurt
Nature drenching gebeurt zelden op één plek tegelijk. Wie er echt voor gaat, werkt drie zones tegelijk aan. De pergola of het overstek waar je onder eet, krijgt een blauweregen of een druif. De zithoek krijgt een grote bak of border met klimroos of clematis erachter, zodat het groen vanaf je rug omhoog gaat. En de schutting verdwijnt achter een combinatie van klimmers, of, als alternatief, achter een echte plantenwand met losse planten in bakken.
Wie een terrasoverkapping plaatst, kiest geen dichte daken meer maar lattenwerk, zodat planten erdoorheen kunnen groeien. De pergola met draaibare lamellen domineert de markt voor strakke buitenruimtes, maar voor nature drenching werkt een eenvoudige open pergola eigenlijk beter: de plant zelf is je dak.
Zo begin je deze zomer
Begin met één element. Een pergola met één blauweregen tegen de zon, of een schutting die je in twee zomers door clematis laat overnemen. Kies meubels die buiten kunnen blijven staan: teakhout, gepoedercoat metaal, gerecycled kunststof. Want zodra de planten gaan klimmen, verplaats je niets meer. Reken ook op tijd. Een blauweregen heeft drie groeiseizoenen nodig voor hij zich werkelijk thuisvoelt, een druif iets minder.
De grootste vergissing die mensen maken, is meteen alle tegels uitbreken en in een keer beplanten. Doe het andersom: laat het skelet van je tuin staan, en laat de natuur er stap voor stap inschuiven. Dat is precies wat een gedrenched terras kenmerkt. Geen nieuwe aanleg, maar een bestaande tuin die toestemming krijgt om over zichzelf heen te groeien.