Interieur

Messing en chroom mogen dit jaar eindelijk samen

· 5 min leestijd

Jarenlang gold er een ongeschreven regel in elk interieurboek: alle metaal in huis moet matchen. Chromen kraan, dan ook chromen handdoekhaakjes. Messing lamp, dan ook messing deurklinken. Die regel is dit jaar stilletjes gesneuveld. Chroom is terug van weggeweest en messing blijft onverminderd populair, en het nieuwe advies is om ze gewoon naast elkaar te zetten.

Voor wie net gewend was aan een strak, eenduidig kleurenschema voelt dat als een vrijbrief om alles overhoop te gooien. Dat is het niet. Gemengde metalen werken juist het beste als je ze met net zoveel aandacht kiest als je eerder aan die ene matchende kleur gaf, alleen dan met een tweede smaak erbij.

Waarom chroom opeens overal weer opduikt

Chroom gold lang als kil en jaren negentig. Nu zie je het terug op kraanwerk, lampvoeten en meubelpoten, maar dan gecombineerd met zachtere materialen zoals hout en linnen, waardoor het niet meer klinisch aanvoelt. De koude glans van chroom werkt vooral goed in combinatie met warmere oppervlakken. Hetzelfde principe zie je terug bij de opmars van glas als materiaal in de woonkamer: een hard, reflecterend element wordt pas interessant zodra je het laat botsen met iets zachts.

Het verschil met de vorige chroomgolf is de toepassing. Toen ging het om complete sets, nu gaat het om accenten. Een chromen vloerlamp naast een houten salontafel. Een chromen kraan in een keuken met eiken kastjes. Het contrast is het punt, niet de uniformiteit.

Je ziet het ook terug in winkels en showrooms: kranenmerken brengen chroom weer naast hun klassieke messing uitvoeringen uit, en meubelzaken tonen bankstellen met chromen poten naast een salontafel in walnoot. De combinatie oogt duurder dan de som van de onderdelen, juist omdat je ziet dat er een keuze achter zit.

Messing blijft de warme tegenhanger

Messing verdwijnt niet, het krijgt alleen gezelschap. Het materiaal is een legering van koper en zink, wat die karakteristieke gouden gloed geeft die nooit helemaal verdwijnt, ook niet na jaren gebruik.

In de praktijk betekent dit dat je messing kunt blijven inzetten op de plekken waar je warmte wilt: een hanglamp boven de eettafel, een paar deurklinken, de poten van een fauteuil. Chroom komt dan terecht op de plekken die functioneel en wat strakker mogen blijven, zoals kranen en kastgrepen in de keuken.

Een praktisch voordeel van messing dat vaak over het hoofd wordt gezien: het materiaal vlekt minder snel dan verchroomd metaal. Vingerafdrukken en waterspetters zijn minder zichtbaar, wat het een slimme keuze maakt voor plekken die veel aangeraakt worden, zoals kastgrepen in de keuken of de leuning van een trap.

Zo combineer je metalen zonder dat het rommelig wordt

Het grootste risico bij gemengde metalen is dat een ruimte willekeurig aanvoelt in plaats van bewust samengesteld. Drie vuistregels helpen om dat te voorkomen.

  • Kies één dominant metaal per ruimte. Laat dat ongeveer 70 procent van het zichtbare metaal uitmaken, en gebruik het tweede metaal als accent op maximaal twee of drie plekken.
  • Groepeer per functie, niet per kamer. Alle verlichting in dezelfde ruimte mag gerust in één metaal blijven, ook als de meubelpoten iets anders zijn. Dat voorkomt dat je oog steeds moet schakelen.
  • Laat één stuk de verbinding leggen. Een vloerlamp met een chromen voet en een messing lampenkap, bijvoorbeeld, overbrugt de twee metalen letterlijk in één object.

Deze aanpak werkt eigenlijk net als bij het mengen van texturen, zoals bij de terugkeer van kalkverf op muren: een beetje contrast oogt rijk, te veel contrast oogt rommelig. Het verschil tussen de twee zit vooral in dosering.

De fout die het snelst voor rommel zorgt

De meest gemaakte misser is niet het combineren van twee metalen, maar het combineren van vier of vijf. Zodra je kraan verchroomd is, de kastgrepen messing zijn, de lampen geborsteld nikkel hebben en de deurklinken zwart ijzer zijn, ziet niemand nog een bewuste keuze. Het oogt dan alsof je gewoon hebt gekocht wat er voorradig was.

Houd het daarom bij twee metalen per ruimte, hooguit drie in een grotere open woonkamer-keuken. Kies een tweede metaal dat qua temperatuur tegenover je hoofdmetaal staat, zoals een koele chroom tegenover een warme messing, in plaats van twee varianten die elkaar nauwelijks onderscheiden.

De beste plekken om te beginnen

Je hoeft niet meteen je hele huis om te gooien. De keuken is een logische eerste stap: een chromen kraan naast messing kastgrepen is een subtiele maar duidelijke statement, zonder dat je meubels moet vervangen. In de badkamer werkt het net zo, met chroom op de douchekraan en messing op spiegellijsten of een wandlampje.

In de eetkamer kun je het toepassen op de stoelen: metalen poten in chroom onder een massief houten tafel, met messing kandelaars of een hanglamp erboven. In de slaapkamer is het bedlampje vaak de makkelijkste plek, zeker als je kastgrepen al jaren messing zijn en je geen zin hebt om die te vervangen.

In de woonkamer ligt verlichting voor de hand. Nu je toch vaker meerdere lichtbronnen combineert, zoals beschreven bij de trend rond gelaagd licht in de woonkamer, kun je die lampen ook in verschillende metalen uitvoeren. Een messing tafellamp naast een chromen staande lamp voegt meteen diepte toe, zonder dat je extra moet stylen.

Begin bij de deurklinken, niet bij de kraan

Als je wilt testen of gemengde metalen bij jou werken voordat je in grote aankopen investeert, zijn deurklinken de goedkoopste en snelste manier. Een setje kost meestal minder dan twintig euro, je hoeft niets te verbouwen, en je ziet meteen of het contrast je bevalt in het daglicht van je eigen hal. Valt het tegen, dan draai je ze er binnen een kwartier weer af. Valt het mee, dan weet je precies welk tweede metaal je in de rest van het huis durft door te voeren.

L
Geschreven door Lieke Koopmans Styling & trends redacteur

Lieke is styliste met een achtergrond in de modewereld en ze brengt diezelfde esthetische blik mee naar haar interieuradvies. Haar artikelen over kleurpaletten en materialen lezen als een modetijdschrift, maar dan voor je woonkamer, compleet met seizoenstrends en do's en don'ts. Ze gelooft dat een kamer aankleden niet zo anders is dan jezelf aankleden: het gaat om verhoudingen, textuur en dat ene onverwachte accent. Voor haar overstap naar interieur stylede ze modeshows en editoriale shoots, een ervaring die je terugziet in haar gevoel voor compositie. Haar eigen woonkamer verandert elke seizoenswisseling mee, inclusief kussens, plaids en vazen. Vrienden noemen haar de persoon die een kale Ikea-kast kan laten ogen alsof hij uit een designwinkel komt.