Architectuur

Het hofje keert terug als woonvorm in Nederland

· 5 min leestijd

Wie door Haarlem of Amsterdam loopt, kent ze als toeristisch decor: een poort in een gevelwand, een sleutelgat naar een tuin met tien identieke deurtjes eromheen. Het hofje gold lang als curiositeit, een woonvorm die hoorde bij weduwen, kerkbesturen en de zeventiende eeuw. Inmiddels duikt diezelfde plattegrond op in nieuwbouwprojecten in Hendrik-Ido-Ambacht, Amersfoort en het Utrechtse buitengebied. Niet als knipoog, maar als serieus antwoord op de woningnood en de stille opmars van eenpersoonshuishoudens.

Wat een hofje van een gewone binnentuin onderscheidt

Een binnentuin heeft elk aaneengesloten woonblok in Nederland al, en daar houdt het meestal mee op. Een hofje is iets specifieks: een ring van kleine, vrijwel identieke woningen rond een gedeelde tuin, afgesloten van de straat door een poort of een smal pad. De schaal is bewust klein. Tien tot dertig huizen, ruime begroeiing, geen auto's, geen fietsen die op slot staan tegen de gevel. Op Wikipedia zijn er nog tientallen historische voorbeelden te vinden, en het type bestaat sinds de veertiende eeuw als bekostiging voor oude vrouwen zonder familie.

Het verschil met een appartementencomplex met groen erbij zit in de toegankelijkheid. Een hof is half openbaar, half privé. Bewoners gebruiken het tegelijk en kennen elkaars naam. Een doorgangsroute voor de hele wijk is het niet, een afgesloten enclave evenmin.

Drie projecten die het format opnieuw uitvinden

In Hendrik-Ido-Ambacht bouwt corporatie Trivire op dit moment 55 woningen rond een gemeenschappelijke binnentuin in De Volgerlanden Oost. Architectenbureau Kokon uit Rotterdam tekende het ontwerp, landschapsarchitect Peter Verkade ontwierp de tuin. De woningen mengen koop en sociale huur, met een gedeelde ontmoetingsruimte aan het hof zelf.

In Amersfoort werkt IRIS architecten aan De Hofwoningen, een variant met strakke lijnen rond een groen plein. In Nieuwer Ter Aa, halverwege Utrecht en Amsterdam, staat Hof van Clarenborg waar koop- en huurwoningen om een gezamenlijk grasveld liggen. Wat de drie projecten bindt: ze zijn niet bedoeld voor liefdadigheid, en ook niet voor één doelgroep. Ze richten zich op iedereen die meer wil dan een rij identieke voordeuren aan een trottoir.

Waarom dit moment past

Drie ontwikkelingen vallen samen. Eén: meer dan veertig procent van de Nederlandse huishoudens bestaat uit één persoon, en dat aandeel groeit. Een groot deel daarvan zoekt geen vrijstaande woning, maar een middenweg tussen flat en eengezinshuis. Twee: gemeenten worstelen met grond. Een hofstructuur biedt meer woningen per vierkante meter dan een rij vrijstaande huizen, terwijl het toch grondgebonden voelt. Drie: de eenzaamheid in nieuwbouwwijken is een onderwerp dat planners niet meer durven te negeren.

Het vakblad Gebiedsontwikkeling.nu schreef al eerder dat het hofje een ontwerpopgave is voor deze eeuw. Het format dwingt mensen tot ontmoeting zonder iets op te leggen. Je hoeft niet je deur uit voor de buurman, maar je passeert hem dagelijks.

De praktische haken aan een nieuwe hofjescultuur

Wie een hofje ontwerpt, moet keuzes maken die in een gewone straat al lang vastliggen. Wie beheert de gedeelde tuin? Mag er een schuurtje in? Mogen kinderen er bal trappen of niet? In oude hofjes regelde een stichting alles, met regels die soms eeuwenoud waren. In moderne projecten ligt dat anders. Een Vereniging van Eigenaren werkt moeizaam zodra een deel van de bewoners huurder is. Sommige projecten kiezen voor een wooncoöperatie, een vorm die elders in Nederland ook terrein wint.

Daarnaast speelt de privacy. In een traditioneel hofje keken alle voordeuren elkaar aan, met netjes opgemaakte horretjes voor het raam. Voor 2026 is dat te dichtbij. Architecten lossen het op door zijdelingse zichtlijnen, half-overdekte galerijen en hier en daar een hoge haag, zodat het sociale contact uitnodigend blijft zonder dat de hele tuin in je woonkamer kan kijken.

Het hofje als bouwsteen, niet als nostalgie

Wat dit moment opvallend maakt, is dat de hofvorm niet wordt ingezet als historische verwijzing of toeristische trekpleister. Geen replica's van Haarlem in een Vinex-wijk. Bouwers gebruiken het type omdat het pragmatisch werkt: het levert dichtheid, levendigheid en betaalbaarheid in één. Net als de loggia die in nieuwbouw weer opduikt, leent het zich voor moderne uitvoering met houten kozijnen, zonnepanelen en warmtepompen.

Voor wie een woning zoekt in een nieuwbouwwijk de komende jaren wordt het type vaker een keuze. Een rij van twintig identieke huizen aan een lange straat is niet langer de enige optie. Het hof komt erbij, in Hendrik-Ido-Ambacht, in Amersfoort, en in steeds meer gemeenten die plancapaciteit willen combineren met de roep om gemeenschap. Wat zeven eeuwen geleden begon als zorginstelling voor weduwen krijgt zo een nieuw leven, met dezelfde plattegrond maar een totaal ander uitgangspunt.

T
Geschreven door Thomas Akkerman Bouw & renovatie schrijver

Thomas is aannemer van beroep en schrijft met de kennis van iemand die al honderden woningen van binnen heeft gezien, inclusief de muren waar je liever niet achter kijkt. Hij legt bouwkundige zaken uit zonder jargon omdat hij vindt dat elke Nederlander zou moeten weten wat een vochtweringlaag is en waarom je er een wilt. Zijn artikelen lezen als een gesprek met die ene handige vriend die je altijd belt als er iets stuk is, alleen dan beter onderbouwd. Hij begon met schrijven nadat hij voor de zoveelste keer een klant moest uitleggen waarom goedkoop uit soms dubbel betalen is. Zijn meest controversiële mening: de meeste klusprogramma's op tv zijn entertainment, geen instructie. In het weekend vind je hem op de bouwmarkt, niet omdat hij iets nodig heeft, maar omdat hij het er gewoon naar zijn zin heeft.