Jarenlang moest alles in huis strak zijn. Rechte lijnen, gladde oppervlaktes, geen vlekje verf te zien. Die tijd is voorbij. Stylisten zien een omslag richting materialen die juist hun sporen mogen tonen: natuursteen met zichtbare nerven, keramiek met een oneffen rand, linnen dat rafelt aan de zoom. Onaf is het nieuwe af.
Wat deze trend precies inhoudt
De kern is simpel: materialen mogen weer laten zien waar ze vandaan komen en hoe ze gemaakt zijn. Een houten tafel met noesten en kleine barstjes. Een pot die met de hand gedraaid is en daardoor nooit helemaal symmetrisch uitvalt. Een muur met kalkverf die per lichtinval anders oogt. Het gaat om textuur en karakter, niet om foutloosheid.
Dat is een breuk met het decennium van de gladde, egale afwerking. Denk aan de spuitgegoten meubels en de messcherpe hoeken die overal opdoken zodra strak wonen de norm werd. Nu zoeken mensen juist naar het tegenovergestelde: sporen van een mens of van de natuur zelf.
Waarom we nu juist onaf willen
Een deel van de verklaring is simpel: alles om ons heen wordt steeds gladder en digitaler gemaakt. Foto's worden bewerkt, meubels worden machinaal geproduceerd tot op de millimeter identiek, en zelfs afbeeldingen worden inmiddels door AI gegenereerd. Een huis dat daar tegenin gaat, met tastbare oneffenheden, voelt daardoor juist eerlijk en menselijk.
Deze gedachte sluit nauw aan bij wabi-sabi, de Japanse esthetiek die schoonheid juist zoekt in vergankelijkheid en imperfectie. Een barstje in het glazuur van een kom, een houten plank die een beetje krom trekt: het hoort erbij en maakt een object interessanter dan wanneer het fabrieksnieuw en perfect zou blijven.
Zo pas je het toe zonder dat het slordig wordt
Begin klein. Vervang één massaproduct door iets handgemaakts: een fruitschaal van gedraaid keramiek, een vaas met een asymmetrische hals, een dienblad van ongelakt hout. Deze stukken vallen op tussen je gladdere spullen zonder dat je meteen je hele woonkamer hoeft om te gooien.
Textiel werkt hetzelfde. Kies linnen kussenhoezen met een ongezoomde rand in plaats van strak afgewerkte hoezen, of een vloerkleed van ruwe wol met zichtbare knopen. Combineer dat gerust met de rondere vormen die dit jaar ook opkomen, want beide trends versterken elkaar: samen maken ze een kamer zachter en minder stijf.
Muren en oppervlaktes zijn de makkelijkste plek om te beginnen. Kalkverf, een gepleisterde wand of tadelakt geven direct structuur zonder dat je meubels hoeft te vervangen. Ook natuursteen zoals travertin, met zijn kenmerkende gaatjes en aderen, duikt steeds vaker op als tafelblad of wastafel juist om die onregelmatigheid.
Welke materialen wel werken en welke niet
Niet elk oud of gebruikt object past automatisch bij deze trend. Het verschil tussen onaf en slordig zit in de intentie. Een bewust ruwe rand op handgemaakt keramiek oogt verzorgd, een gescheurde bank met uitstekende vulling niet. Kies dus voor materialen die van zichzelf al die oneffenheid als kenmerk hebben, zoals ongeglazuurd aardewerk, ruwe leisteen of ongeschuurd hout, in plaats van kapotte spullen die toevallig sporen van slijtage vertonen.
Handig is ook om te kijken naar tweedehands en vintage. Oude meubels die al patina hebben opgebouwd passen vaak beter bij deze stijl dan nieuw gekochte spullen die kunstmatig verouderd zijn. Een echte gebruikssporenkast met wat schrammen vertelt een verhaal, een nepverweerde variant uit de winkel meestal niet.
Waar je het beste kunt beginnen
De keuken en badkamer zijn de plekken waar deze trend het snelst zichtbaar wordt, omdat daar van oudsher juist alles glad en hygiënisch moest ogen. Een wastafel van ruw gebeiteld natuursteen of een keukenblad met zichtbare houtnerf breekt met die verwachting het hardst, en dus valt het daar ook het meest op.
Begin je liever in de woonkamer, kijk dan naar accessoires voordat je aan grote meubelstukken begint. Een paar handgemaakte kandelaars, een asymmetrische vaas of een kleed met losse draadjes aan de rand geven je meteen een idee of deze stijl bij je past, zonder dat je meteen een grote aankoop hoeft te doen.
Ook betaalbaar te doen
Deze trend hoeft niet duur te zijn, ook al klinkt "handgemaakt" al snel als synoniem voor prijzig. Op lokale markten en bij Nederlandse keramisten vind je regelmatig oneffen schalen en bekers voor een paar tientjes, en tweedehandswinkels liggen vol met houten planken en manden die al jaren gebruikssporen verzamelen. Ook grotere ketens als IKEA en HEMA brengen inmiddels lijnen uit met bewust ongelijke vormen, juist omdat de vraag ernaar is toegenomen.
Wie liever zelf aan de slag gaat, kan met een simpele pot kalkverf en een grove kwast al een muur transformeren, of een goedkope houten kist opknappen met was in plaats van lak zodat de nerf zichtbaar blijft. Het kost een middag werk en levert precies het soort resultaat op dat je in een winkel juist duur zou betalen.
Dit is het verschil tussen slordig en stijlvol onaf
De grens tussen deze trend goed toepassen en je huis er verwaarloosd laten uitzien, zit in de rest van de ruimte. Ruwe, imperfecte materialen werken het best als je ze combineert met een paar strakkere, rustige elementen eromheen, zodat de textuur opvalt in plaats van dat alles door elkaar chaotisch oogt. Eén handgemaakt object per hoek van de kamer is vaak al genoeg om het verschil te maken.