Rijd door Den Haag, Amsterdam of Rotterdam en je ziet ze overal: rijen portiekflats uit de jaren vijftig en zestig, met hun kenmerkende trappenhuis en vier tot zes woningen per portiek. Nederland telt er ruim 847.000, goed voor zo'n 11 procent van de totale woningvoorraad. In Den Haag is dat zelfs 42 procent van alle woningen. Deze gebouwen staan al decennia op hun plek, maar krijgen nu eindelijk de grote verbouwing waar ze al jaren op wachten.
Waarom deze flats zo lastig te verduurzamen zijn
De meeste portiekflats zijn traditioneel gebouwd, met metselwerk en houten vloeren. Dat klinkt degelijk, maar in de praktijk betekent het vochtdoorslag, warmteverlies en geluid dat moeiteloos van de ene woning naar de andere trekt. Een spouwmuur isoleren of dubbel glas plaatsen lost dat niet op. Deze gebouwen hebben een fundamentele renovatie nodig, en dat is precies waar het tot nu toe vastliep: te duur, te ingrijpend voor bewoners, en te complex om per woning apart aan te pakken.
Het probleem is namelijk niet alleen technisch. Een portiekflat heeft meerdere eigenaren of huurders per trappenhuis, en die moet je allemaal mee zien te krijgen voordat er een steiger komt te staan. Woningcorporaties liepen daar jarenlang op vast: draagvlak organiseren kost tijd, en de investering is voor één corporatie vaak te groot om in haar eentje te dragen.
Acht bouwers slaan de handen ineen
Daar lijkt nu verandering in te komen. Acht bouwbedrijven hebben een intentieverklaring getekend om samen een "Paris Proof Portiekflat" te ontwikkelen op The Green Village, het testterrein van de TU Delft. Het idee is simpel maar slim: in plaats van dat elke corporatie haar eigen oplossing uitvindt, wordt er één beproefde renovatiemethode ontwikkeld die daarna op grote schaal herhaalbaar is. Zeven woningcorporaties uit de regio Haaglanden hebben al aangegeven een echte jaren vijftig-zestig portiekflat te willen namaken op het testterrein, waar bewoners de nieuwe oplossingen in de praktijk kunnen uitproberen.
Een van de veelbelovende concepten heet Collectief Hybride: een aanpak waarbij de renovatie per portiek wordt georganiseerd in plaats van per losse woning, wat de kosten drukt en de overlast voor bewoners beperkt. Denk aan een geïsoleerde gevelschil die in één keer om het hele gebouw wordt aangebracht, gecombineerd met een collectief warmtesysteem in plaats van losse installaties per appartement.
Wat dit betekent voor het straatbeeld
Voor bewoners van dit type flat verandert er straks meer dan de energierekening. Een grondige gevelrenovatie geeft deze gebouwen vaak een compleet nieuwe uitstraling: strakkere kozijnen, een geïsoleerde en soms gekleurde buitenschil, en balkons die opnieuw worden vormgegeven. Wie in een oude portiekflat woont, ziet dus niet alleen het energielabel omhoog gaan, maar ook het gebouw zelf transformeren. Dat sluit aan bij een bredere trend: net als bij de transformatie van oude kantoorpanden tot woningen, wordt bestaand vastgoed steeds vaker grondig herontwikkeld in plaats van gesloopt.
Het scheelt ook simpelweg bouwtijd en materiaal. Slopen en nieuwbouw plegen kost jaren en levert een enorme berg sloopafval op. Een portiekflat renoveren tot moderne standaard is sneller te realiseren en past beter bij de duurzaamheidsdoelen die woningcorporaties zichzelf hebben opgelegd. Meer achtergrond over de bouwkundige kenmerken van dit woningtype vind je op Wikipedia.
Waar het knelt in de uitvoering
Toch is dit geen kwestie van een knop omzetten. De uitdagingen liggen op meerdere vlakken tegelijk: bouwfysisch, financieel, en vooral sociaal. Bewoners moeten instemmen met een ingrijpende verbouwing, tijdelijk elders wonen tijdens de werkzaamheden, en soms een hogere huur accepteren als de woning na renovatie in een andere categorie valt. Woningcorporaties proberen dat laatste te ondervangen door renovaties te koppelen aan huurbevriezing of compensatieregelingen, maar dat verschilt sterk per corporatie en per gemeente.
Er is ook een leereffect nodig. Faalkosten in de bouw ontstaan vaak doordat elk project weer als uniek wordt behandeld. Het idee achter het testterrein in Delft is juist dat er één keer grondig wordt geleerd, waarna de kennis herbruikbaar is voor de honderdduizenden vergelijkbare flats door het hele land. Dat is ook waarom dit project verder kijkt dan alleen isoleren: net zoals bij een dakopbouw die een extra verdieping toevoegt, wordt er nagedacht over hoe je binnen een bestaand gebouw meer waarde kunt creëren, niet alleen minder energie kunt verbruiken.
Wat je zelf kunt verwachten in je eigen straat
Woon je zelf in zo'n flat, of ken je er een in de buurt? Houd de komende jaren rekening met steigers, tijdelijke herhuisvesting en een compleet ander uiterlijk van je gebouw. De eerste resultaten van het Delftse testtraject worden gebruikt om corporaties in heel Nederland een kant-en-klare aanpak te geven, wat betekent dat de grote renovatiegolf niet over tien jaar begint, maar in de komende paar jaar al zichtbaar wordt in steden als Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Meer informatie over verduurzamingsregelingen voor bestaande bouw is te vinden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.