Tuin & Terras

Schapenwol verdringt boomschors in de Nederlandse tuin

· 6 min leestijd

Op steeds meer Nederlandse tuincentra zie je het liggen: gewassen wol op een rol, in een zak met losse vlokken of geperst tot kleine korrels. Wat een paar jaar geleden nog een excentriek experiment was van permacultuur-tuiniers, vindt nu zijn weg naar de gewone border. Schapenwol vervangt op steeds meer plekken de vertrouwde boomschors als bovenlaag rond de planten. Goedkoper dan houtsnippers is het niet. Maar het kan dingen die schors niet kan.

Wat wol doet wat schors niet doet

Boomschors heeft één hoofdfunctie: een dichte laag leggen die onkruid tegenhoudt en vocht binnenhoudt. Wol doet dat ook, maar de getallen zijn duidelijk anders. Een laag schapenwol houdt tot drie keer zijn eigen gewicht aan water vast en geeft dat in droge weken langzaam terug aan de wortels. Daardoor hoef je in een goed gemulchte border veel minder vaak te sproeien, handig in een land waar de zomers steeds vaker een paar weken zonder regen gaan.

Wol verteert ook anders. Schors heeft veel koolstof en weinig stikstof, en bij afbraak trekt het zelfs tijdelijk stikstof uit de bodem. Wol heeft van nature stikstof, fosfaat en kalium aan boord, ongeveer in dezelfde verhouding als een trage organische meststof. Volgens Gardeners World magazine blijft van een laag van tien centimeter na een jaar nog ongeveer vijf centimeter over. De rest is dan al opgenomen door de bodem als voeding.

Drie vormen die je in de winkel ziet

De wol komt grofweg in drie verschillende producten terug. Woldoek is geperste, gewassen wol op een rol, vergelijkbaar met worteldoek maar dan afbreekbaar. Je legt het uit, knipt gaten waar je de planten doorheen wilt, en laat het liggen. Anderhalf tot twee jaar later is het opgelost in de bodem.

Vlokken of wolmulch zijn losse plukken wol die je over de grond strooit. Dit lijkt het meest op klassieke schorsmulch. Een laag van vijf tot tien centimeter is genoeg. Wolkorrels zijn samengeperste wol in pelletvorm, meer een meststof dan een mulch. Je harkt ze door de bovenste paar centimeter van de bodem en ze leveren maandenlang voeding.

Veel hoveniers combineren ze: woldoek tussen vaste planten, vlokken in de moestuin, korrels rond rozen en hortensia's.

Slakken kruipen er liever niet overheen

Een minder bekende eigenschap: slakken vinden wol vervelend. De vezels prikken in hun zachte ondervlak. Dat is geen marketingverhaal, dat is gewoon hoe slakken werken. Ze willen een glad, vochtig oppervlak om over te glijden, en wol biedt het tegenovergestelde. Een ring van wol rond een net opgekomen courgette- of stokboonplant houdt de meeste slakken op afstand. Niet alle, want een hongerige naaktslak kruipt overal overheen. Maar wel genoeg om jonge planten de eerste twee weken te beschermen, precies de periode waarin slakkenschade het meest fataal is.

Wie zich kapot ergert aan slakken in zijn moestuin probeert vaak eerst koffiedik, eierschalen of bierbakjes. Een wolring werkt beter en blijft langer liggen. Bij een border met losse beplanting is dat extra handig, omdat je daar minder gauw chemisch wilt ingrijpen.

Waarom Nederlandse wol nu pas in de tuin belandt

Tot ergens in de jaren zeventig was schapenwol nog geld waard. Sindsdien is de prijs op de wereldmarkt gekelderd door synthetische vezels, en in Nederland brengt een vacht inmiddels minder op dan wat het kost om hem te scheren. Veel schapenboeren dumpten de wol of verbrandden hem. Pure verspilling.

Een handvol kleine bedrijven, vooral in de Achterhoek, Drenthe en op de Veluwe, kocht die wol op voor een appel en een ei en begon te experimenteren. Eerst voor isolatie, daarna voor verpakking, en nu dus voor de tuin. Het verhaal sluit aan bij een bredere beweging die we ook elders zien: het idee dat een tuin niet hoeft te bestaan uit aangevoerd plastic en geïmporteerd hout, maar uit materialen die binnen vijftig kilometer worden gemaakt.

Het past in het tuinbeeld dat zich de afgelopen jaren ontwikkelt. Tuinen waar je de boel laat verwilderen en waar inheemse planten de toon zetten, willen ook materialen die daarbij horen. Geverfde houtsnippers passen daar slechter bij dan ongewassen wol uit eigen land. Voor wie zijn border net heeft vol gezet met lupine of andere vaste planten, is wol bovendien praktischer dan schors: je kunt er met je vingers doorheen om bij te planten zonder dat de hele laag uit elkaar valt.

Zo leg je het deze maand aan

Mei is het juiste moment. De grond is warm genoeg, planten staan in de groei en slakken zijn actief. Begin met de border schoonharken, zodat je het echte oppervlak ziet. Geef de bodem een keer goed water als hij droog aanvoelt. Wol houdt vocht vast, maar geen vocht dat er nooit in heeft gezeten.

Strooi vervolgens een laag van vijf tot tien centimeter wolvlokken over de aarde, met een ring rond elke plant maar zonder de stam zelf aan te raken. Druk niet aan, de luchtige structuur is precies waarom het werkt. Voor moestuinbedden is woldoek met geknipte gaten praktischer, voor de border werken losse vlokken beter omdat je er tussendoor nog kunt bijplanten.

Reken op een prijs van ongeveer twee tot drie euro per vierkante meter voor wolvlokken, iets meer voor woldoek. Duurder dan boomschors, maar je hoeft minder vaak bij te vullen, en je bemesting is meteen geregeld. Volgens de algemene mulch-techniek verlaagt elke vorm van afdekking je water- en onkruidwerk fors. Met wol komt daar de bodemvoeding nog bij, en het slakkeneffect kost geen extra cent.

Voor een lange border is dat het verschil tussen tien keer wieden per seizoen of drie keer. Daar is na een jaar weinig over te discussiëren, ook niet aan de keukentafel met de huishoudbegroting erbij.

P
Geschreven door Pepijn Mulder Tuin & groen schrijver

Pepijn is de plantengek van de redactie en hij draagt die titel met trots. Hovenier van beroep en schrijver uit passie, hij weet precies welke plant in welke kamer moet staan, hoeveel licht die nodig heeft en waarom de jouwe er waarschijnlijk beter uitziet dan de zijne. Spoiler: meer licht en minder goed bedoeld overgieten. Zijn eigen verzameling telt meer dan honderd planten en hij kent ze allemaal bij naam, de Latijnse naam welteverstaan. Hij schrijft met de overtuiging dat een groene woning een gelukkige woning is, en de wetenschap geeft hem daarin gelijk. Op vakanties bezoekt hij botanische tuinen terwijl zijn reisgenoten op het strand liggen, en hij heeft daar geen enkel probleem mee.