Wie deze lente bij een hovenier aanklopt voor een tuinrenovatie, krijgt waarschijnlijk een onverwacht advies. De buxusblokken op een rij mogen achterwege blijven. De monocultuur van lavendel langs een kaarsrechte rand ook. De border met militaire precisie, jarenlang het visitekaartje van de keurige Nederlandse achtertuin, is op z'n retour. In de plaats komt iets dat eruitziet alsof het er per ongeluk staat. Ronde vormen, planten die in elkaar overlopen, hoogteverschillen, een mix van vaste planten en grassen die met de wind meebewegen. Geen verloedering, een bewuste keuze. En 2026 is het jaar waarin die keuze in heel veel Nederlandse tuinen zichtbaar wordt.
Wat hoveniers dit voorjaar zien
Tuinontwerpers en hoveniersbedrijven melden in interviews een duidelijke verschuiving. Vaste planten verkopen aanzienlijk beter dan een paar jaar geleden, eenjarige perkplanten verliezen terrein. Klanten komen niet meer aan met foto's van een strakke villatuin uit een glossy, maar met inspiratie van Engelse landhuistuinen, de prairie-aanpak van Pieter Oudolf en Instagram-accounts vol rommelige rozenborders. De cottagestijl, ooit afgedaan als nostalgie voor zestigplussers met te veel grond, blijkt opeens te passen bij iemand van dertig met een tuintje van twintig vierkante meter.
Hoveniers zien ook dat de standaardvraag verandert. Vorig decennium was die: hoe maak ik mijn tuin zo onderhoudsarm mogelijk. Nu klinkt het vaker: hoe krijg ik een tuin die leeft. Dat is een andere opdracht. Een tuin die leeft, met vlinders, vogels en insecten, kan niet bestaan uit drie soorten gesnoeide groene blokken op een grindbed.
Waarom de strakke border niet meer past
Drie dingen komen samen. Het klimaat is veranderd, de zomers worden droger en heter, en planten in een streng ontwerp moeten dan extra water krijgen om eruit te blijven zien zoals bedoeld. Een losse border met diverse soorten kan beter tegen extremen, omdat altijd wel iets goed groeit terwijl ander gewas een rustpauze neemt.
Daarnaast speelt biodiversiteit. Onderzoek van natuurorganisaties wijst al jaren op de teruglopende stand van insecten en weidevogels in Nederland. Een strakke border van een enkele plantensoort levert weinig leefgebied. Een gevarieerde border met inheemse vaste planten, bloemen die in verschillende perioden bloeien en wat ruwe randjes voor egels en bijen, doet dat wel.
En er is de tijdgeest. Na jaren van minimalisme zoeken mensen warmte, textuur, imperfectie. Datzelfde zie je binnen, waar grandma chic terugkomt en de rechte hoek uit het interieur verdwijnt. Die smaakverandering stopt niet bij de achterdeur.
Hoe een losse border eruitziet
De randvorm is het eerste dat verandert. Geen rechte lijn evenwijdig aan de schutting, maar een glooiende vorm die naar voren puilt en zich weer terugtrekt. Hoveniers tekenen die vorm vaak met een stuk tuinslang op het gras voordat de spade erin gaat.
De beplanting werkt in groepjes, niet in rijen. Drie, vijf of zeven exemplaren van dezelfde soort bij elkaar, dan een ander cluster ernaast, en zo herhaal je dat over de hele border. Die herhaling geeft rust ondanks de schijnbare wildheid. Hoge planten achterin, middelhoge in het midden, lage voorin, maar nooit strikt, want planten mogen elkaar overlappen en in elkaar groeien.
Siergrassen lopen er vaak doorheen. Pennisetum, stipa, calamagrostis. Ze geven beweging, vangen ochtendlicht en blijven in de winter staan voor structuur. Zelfzaaiers krijgen plek. Een vingerhoedskruid dat opeens tussen de salvia opduikt is geen probleem, dat is precies wat je wil.
Welke planten je nu kiest
De basis is vast. Salvia nemorosa met paars-blauwe aren in juni, echinacea voor de zomerbloei, achillea voor stevigheid, geranium die als een matras de bodem bedekt. Daar tussen wat structuurplanten zoals hosta of alchemilla, en je hebt een border die vanaf mei tot oktober doorbloeit zonder dat je elk jaar opnieuw plant.
Inheemse soorten waar het kan. Wilde marjolein, knoopkruid, slangenkruid en kaardenbol trekken meer insecten dan exotische cultivars. Wie de keuze heeft tussen een kweekvariant zonder pollen en het oorspronkelijke wilde type kiest het laatste. Ook al ziet die er soms iets minder strak uit.
Bollen erdoorheen geven extra hoogte in het voorjaar. Allium en sierui passen goed tussen vaste planten. Tegen de tijd dat hun blad verlept, zijn de vaste planten zo gegroeid dat de slappe stengels uit zicht zijn.
Drie dingen die je dit voorjaar anders doet
Verleg de rand van je border. Pak een tuinslang, leg die op het gras in een glooiende vorm en steek er met een spade langs. Vijf tot vijftien centimeter naar voren of naar achteren is genoeg om het strakke gevoel te breken.
Plant in clusters, niet in rijen. Drie, vijf of zeven van dezelfde soort, dan iets anders. Dat oogt natuurlijker en geeft elke plant ook nog ruimte om zich aan zijn buren aan te passen.
Schoffel minder. Laat zelfzaaiers staan tot je ziet wat het wordt. Een vingerhoedskruid, akelei of stokroos hoort thuis in een losse border. Wie alles wat ongepland opkomt direct wegharkt, krijgt nooit dat heerlijke rommelige effect waar het bij draait.
Waarom juist nu
De cottagetuin is geen nieuwe ontdekking. Het concept is meer dan honderd jaar oud en gaat terug op de moestuintjes rond Engelse arbeidershuisjes, waar groente, fruit, kruiden en bloemen door elkaar groeiden omdat er geen ruimte was voor scheiding. Wat nu nieuw is, is hoe goed dat oude idee past bij wat we anno 2026 van een tuin willen. Plek voor leven, weinig onderhoud, schoonheid die meebeweegt met het seizoen.
De strakke border verdwijnt niet helemaal, net zomin als de houten schutting volledig wijkt nu de haag terugkomt. Maar wie nu een nieuwe tuin aanlegt of een oude opnieuw inricht, kiest steeds vaker voor de losse variant. En over een paar jaar is een tuin met kaarsrechte buxusblokken net zo herkenbaar van een bepaald decennium als een terras vol grijze betontegels. Mooi geweest, maar gedateerd.