Een rechte rand op een vaas voelt opeens te streng. De keramiek op de woonpagina van vtwonen wijkt subtiel af van een cirkel, de spiegel boven de wastafel kronkelt licht aan de bovenrand en het lampje op het nachtkastje ziet eruit alsof iemand met grote handen in de klei drukte. Wie de pas verschenen woontrendlijsten voor 2026 doorbladert, ziet één woord steeds terugkomen, en dat is onaf. Geen toeval, maar een bewuste beweging weg van de gepolijste interieurs die jaren de norm waren.
Wat bedoeld onaf eigenlijk betekent
Onaf is iets anders dan slordig. Een bewust onaf object oogt alsof een mens het maakte, niet een 3D-printer. De vaas heeft een rafelrand, de schaal is een tikkeltje scheef, het glas is hier dunner en daar dikker. Stylist Liza van vtwonen vat het samen als ruimte voor onvolmaaktheid, met meer organische vormen en oppervlakken die je wilt aanraken. Bij Vogue NL keert hetzelfde idee terug onder de noemer omarming van het natuurlijke en het exuberante. Het verschil met chaos zit in de intentie. De vorm is gemaakt om je oog te laten dwalen, niet om te verbergen dat er iets fout ging in de fabriek.
Waarom dit nu opkomt
De afgelopen tien jaar stonden Nederlandse interieurs vol met scherpe lijnen, spiegelende oppervlakken en de strakke designklassiekers die iedereen op Instagram herkent. De geleefde woonkamer trok dit voorjaar al hard aan die strakheid. De volgende stap zit in de objecten zelf. Steeds meer kopers willen niet alleen een huis dat bewoond oogt, maar ook spullen waarvan je de hand van de maker terugziet. Die voorkeur sluit aan bij wabi-sabi, het Japanse idee dat schoonheid juist in vergankelijkheid en onvolmaaktheid zit. Niet iedereen in Nederland zal die term gebruiken, maar het effect is wel hetzelfde, een eerlijker oppervlak en minder fabrieksgevoel.
Waar je het concreet ziet liggen
Het begint bij keramiek. Vazen met rafelranden, glazen met een dunne en een dikke kant, kruiken die ovaal zijn in plaats van rond. Daarna volgt glas. Handgeblazen vazen met onregelmatige bobbels en een toplijn die zachtjes golft, liggen nu bij Loods 5, Zara Home en Studio Henk. Krukjes vormen het volgende front. Designers als Faye Toogood en Nederlandse ontwerpers als Sabine Marcelis maken zitobjecten die er bijna geboetseerd uitzien. Spiegels met een golvende rand, ooit alleen de nichevoorraad van Etsy, zie je bij Westwing en Riverdale staan. Zelfs lampen krijgen het, denk aan vloerlampen waarvan de kap er bewust ingedeukt uitziet.
De kleuren die het beste werken zijn aardetinten en gebroken wit. Het zachte ecru van ongebakken klei, een vleugje terracotta, gedempt zand. Felle primaire kleuren breken het gevoel van handgemaakt direct af, want die associeer je instinctief met fabriek. Materialen waar je goed mee uitkomt zijn ruw aardewerk, ongepolijste steen en gerookt glas. Glanzend porselein voelt te netjes, terwijl mat keramiek het idee van menselijke hand juist versterkt. Wie het effect rustig wil houden, beperkt zich tot één toon en speelt met grootte, zo komt het verhaal vanzelf op gang zonder dat een ruimte chaotisch wordt.
Hoe je het mixt zonder dat het rommelig wordt
Eén bewuste imperfectie per zithoek is meer dan genoeg. Combineer een rafelrandvaas met strakke planken, niet met drie andere onregelmatige objecten. De vorm wint aan zeggingskracht als de rest om hem heen rustig blijft. Houd ook één materiaalfamilie aan. Klei en aardewerk passen goed bij linnen, ruw hout en wol. Hoogglans en chroom kunnen er prima naast, maar dan in beperkte mate. Patronen mogen botsen in 2026, maar niet op dezelfde tafel waarop je vervormde objecten al voor onrust zorgen. Stap eerst eens vier meter achteruit voor je oordeelt, vanaf die afstand zie je meer dan van dichtbij.
De grens met kitsch
De makkelijkste manier om dit fout te krijgen is door volume. Een hele wandkast vol golvende vazen wordt al gauw een rommelmarktstal. Houd het bij twee of drie objecten per ruimte. De tweede valkuil is goedkope namaak, want de aantrekkingskracht zit in het gevoel dat een mens het maakte. Een fabrieksvaas die alleen een rafel-effect simuleert valt door de mand zodra je hem oppakt. Beter één duurder stuk van een Nederlandse keramiekstudio dan vier uit een ketenwinkel. De derde valkuil is de combinatie met te veel andere trends tegelijk. Een organische vaas, een gebogen bank, een zacht tapijt en een vervormde lamp samen voelen al snel als een showroom.
Wat dit betekent voor je interieur dit jaar
Het grijze, gepolijste interieur staat al even onder druk. De volgende laag, je losse objecten, gaat dezelfde kant op. Wie nu plant te kopen, kan beter wachten met de spiegelende decostukken en eens kijken naar studio's die met de hand werken. De investering hoeft niet groot te zijn, één goed gekozen vaas of spiegel verandert al de toon van een tafel of nis. Het mooie is dat dit type object niet snel veroudert. Een handgevormde kruik uit 2026 ziet er over tien jaar nog steeds eerlijk uit. Een strakke designstoel uit 2018, dat is een heel ander verhaal.