Tuin & Terras

Je vogelvoer trekt deze winter ook ratten aan

· 5 min leestijd

Elke ochtend klinkt het nu drukker in de tuin. Mezen hangen aan de laatste bloemenstengels, een roodborstje claimt zijn hoekje bij de border en de merel scharrelt onder de struiken naar restjes. Vogels zoeken je tuin nu actief op voor voedsel, en een voederplek helpt ze er echt doorheen. Maar voer je verkeerd, dan trek je niet alleen vogels aan. Je trekt ook ratten en muizen aan, en dat wil niemand in de achtertuin.

Je tuin wordt nu het restaurant voor vogels

Zodra de temperatuur zakt, verdwijnt het natuurlijke aanbod van insecten, bessen en zaden snel. Vogels zoeken dan actief plekken op waar ze makkelijk aan voedsel komen, en een tuin met een voederplek staat hoog op dat lijstje. Vogelbescherming Nederland adviseert om hier juist in het najaar en de winter mee te beginnen, omdat vogels dan de meeste moeite hebben om zelf aan voer te komen. Voer je al? Dan is dit een goed moment om te checken of je het ook goed doet, want niet elk voer en niet elke plek werkt in je voordeel.

Hier gaat het meestal mis

De klassieke fout is simpel: een handvol zaad over het gras strooien en de rest aan de natuur overlaten. Losse zaden die blijven liggen, rotten weg in de regen of trekken precies de dieren aan die je niet wilt. Te veel voer op de grond betekent een makkelijke maaltijd voor muizen en ratten, en die onthouden een goede plek voor de rest van de winter. Gebruik daarom een voederhuisje of een hangende voedersilo in plaats van voer uit te strooien, en ruim restjes elke avond op voordat het donker wordt. Dat sluit aan op de regels die ook gelden als je muizen uit huis wilt houden: eten dat blijft liggen, is een uitnodiging.

Welk voer wel, welk voer niet

Niet elk voer is geschikt, en dat verschilt ook per seizoen. Vetbollen en pinda's zijn perfect in de winter, omdat vogels dan extra energie nodig hebben om warm te blijven, maar in de lente en zomer bederft vet veel sneller in de warmte. Zwarte zonnebloempitten, ongepelde pinda's en stukjes kokosnoot zijn vaste favorieten bij mezen en roodborstjes. Vermijd gezouten voer, brood en voer met olie of margarine: dat werkt bij vogels laxerend en levert weinig voedingswaarde op. Strooi liever twee keer per dag een kleine hoeveelheid bij, in de vroege ochtend en aan het einde van de middag, dan één keer een grote lading die halverwege de dag toch op de grond belandt.

Water telt net zo hard mee als voer

Een voederplek zonder water is maar het halve verhaal. Bij vorst vinden vogels nergens drinkwater, en dat is minstens zo'n probleem als een lege voederbak. Zet een ondiepe schaal water neer en vervang die regelmatig, zodat hij schoon blijft en niet dichtvriest. Ligt er al een laagje ijs op? Schaaf dat eraf in plaats van het water helemaal te vervangen, dat werkt meestal sneller.

Vuile voederplekken maken vogels juist ziek

Een voedersilo die weken ongewassen blijft hangen, is een kweekbodem voor schimmel en bacteriën. Vochtig herfstweer versnelt dat proces, en vogels die zich verdringen bij één voederpunt wisselen ondertussen ook ziektekiemen uit. Was je voederhuisje daarom minstens eenmaal per twee weken met heet water en een scheutje azijn, en laat het goed drogen voordat je het weer vult. Merk je opeens veel minder bezoek, dan is dat niet meteen een slecht teken: vaak ligt er simpelweg nog genoeg natuurlijk voedsel in de buurt, en komen de vogels pas massaal terug zodra het écht kouder wordt.

Zo blijft de voederplek alleen voor vogels

Hang de voedersilo aan een tak of paal, niet op de grond en niet vlak tegen een schutting of schuurtje, waar muizen zich makkelijk omhoog kunnen werken. Een voederhuisje met een metalen kooi om de vetbollen houdt grotere dieren en kraaien buiten, en een opvangbakje onder de silo vangt het meeste gemorste voer op. Laat je border of grasrand voor de rest ook niet te kaal achter: siergrassen en herfstbloeiers die je laat staan bieden extra schuilplekken, en ook een egel profiteert daarvan. Zorg je voor een doorgang in de schutting voor de egel, dan deel je je tuin eigenlijk met het hele kleine ecosysteem dat de winter moet doorkomen.

Dit is het moment om te beginnen

De dagen worden korter en het natuurlijke voedselaanbod wordt kleiner, dus wachten tot de eerste vorst heeft geen zin. Hang nu een voederhuisje op een vaste plek, kies voer dat bij het seizoen past, zet er water naast en maak schoonmaken onderdeel van de routine. Dat zijn geen grote aanpassingen, maar wel het verschil tussen een tuin vol mezen en roodborstjes en een voederplek die vooral 's nachts bezoek krijgt. En wie weet trek je er deze winter ook wintergasten uit het noorden mee aan, zoals de keep, die zich in koude maanden graag bij een goed gevulde voederplek aansluit.

P
Geschreven door Pepijn Mulder Tuin & groen schrijver

Pepijn is de plantengek van de redactie en hij draagt die titel met trots. Hovenier van beroep en schrijver uit passie, hij weet precies welke plant in welke kamer moet staan, hoeveel licht die nodig heeft en waarom de jouwe er waarschijnlijk beter uitziet dan de zijne. Spoiler: meer licht en minder goed bedoeld overgieten. Zijn eigen verzameling telt meer dan honderd planten en hij kent ze allemaal bij naam, de Latijnse naam welteverstaan. Hij schrijft met de overtuiging dat een groene woning een gelukkige woning is, en de wetenschap geeft hem daarin gelijk. Op vakanties bezoekt hij botanische tuinen terwijl zijn reisgenoten op het strand liggen, en hij heeft daar geen enkel probleem mee.