In Eindhoven ging deze winter iets in de verkoop dat een paar jaar geleden nog een proefopstelling was: een koopwoning die laagje voor laagje uit een betonprinter komt. Project Milestone, het samenwerkingsverband van TU Eindhoven, bouwbedrijf Van Wijnen en betonleverancier Saint-Gobain Weber, biedt voor het eerst 3D-geprinte huizen aan particuliere kopers aan. Niet als proefballon, maar als serieus koopproduct met een prijskaartje en een leveringsdatum.
Vier woningen, twee tot drie verdiepingen
De vier nieuwe woningen staan op dezelfde plek in Eindhoven waar in 2021 de allereerste bewoonde geprinte woning verrees, een huis met de bijnaam "de zwerfkei" vanwege de organische, overhellende vorm. Van dat eerste huis kon je nog niet zelf eigenaar worden, het werd verhuurd. De nieuwe lichting is anders: kopers krijgen een woning van 113 tot 124 vierkante meter, verdeeld over twee of drie verdiepingen, voor prijzen vanaf 635.000 euro vrij op naam. De bouw start naar verwachting begin 2026 en de sleuteloverdracht volgt eind dat jaar.
Dat is een fikse investering, maar het gaat niet om luxe. De meerwaarde zit in de bouwmethode zelf: printen is sneller dan traditioneel metselwerk, produceert minder bouwafval en maakt vormen mogelijk die met steen en mortel nauwelijks te maken zijn. Net als bij prefab-woningen die inmiddels een op de vijf nieuwbouwprojecten vormen, verschuift een groot deel van het bouwproces van de bouwplaats naar een gecontroleerde fabriekshal.
Zo werkt een betonprinter in de praktijk
Een betonprinter werkt in principe als een enorme 3D-printer voor je bureau, maar dan met speciaal ontwikkelde mortel in plaats van plastic filament. Een robotarm spuit de mortel in dunne lagen op elkaar, waarbij elke laag net stevig genoeg moet zijn om de volgende te dragen zonder in te zakken. Voor de Eindhovense woningen gebeurt dit printen niet op de bouwplaats zelf, maar in een fabriek op bedrijventerrein De Hurk. De geprinte elementen worden pas daarna naar de kavel vervoerd en op de fundering gezet.
Hoogleraar Theo Salet van de TU Eindhoven, de kartrekker van Project Milestone, werkte er jarenlang met promovendi aan om de vormvrijheid van het printen te combineren met de strenge eisen van het Nederlandse Bouwbesluit. Dat laatste is precies waarom dit langer duurde dan de eerste experimenten deden vermoeden: een geprinte muur moet niet alleen mooi zijn, maar ook net zo goed isoleren en net zo lang meegaan als een gemetselde muur.
Dat de eerste geprinte woning uit 2021 pas na jarenlang testen een bewoningsvergunning kreeg, zegt genoeg over hoe streng die toetsing is. Brandveiligheid, vochtwering en de sterkte van de verbindingen tussen geprinte lagen moesten stuk voor stuk worden aangetoond bij de gemeente en de bouwtoezichthouder, precies zoals bij elk ander nieuwbouwproject. Dat de nieuwe koopwoningen nu zonder uitzonderingspositie door dezelfde regels komen, is voor de sector minstens zo belangrijk als de woningen zelf: het bewijst dat 3D-printen geen laboratoriumtruc meer is, maar een bouwmethode die aan dezelfde eisen voldoet als een traditioneel huis.
Everdingen kiest voor hout in plaats van beton
Terwijl Eindhoven met beton werkt, printen ze in het Utrechtse Everdingen met een heel ander materiaal. Daar staat inmiddels een 32 vierkante meter groot huis van houtvezel-biocomposiet, geprint in een fabriek in IJsselstein en pas op locatie gemonteerd op tien verwijderbare schroefpalen. Een compleet wandelement printen kost er ongeveer twintig uur.
Het is een compacte woonvorm, vergelijkbaar met een mantelzorgwoning, maar wel een die laat zien dat 3D-printen niet automatisch aan beton vastzit. Net als de opmars van hennep als bouwmateriaal past dit in een bredere zoektocht naar bouwstoffen die minder CO2 kosten dan traditioneel beton en staal.
Waarom dit sneller gaat dan je zou denken
Het printen van een wandelement duurt uren in plaats van dagen, en dat scheelt vooral op momenten waar traditioneel bouwen het langst stil ligt: het metselen en het uitharden van specie. Een deel van het risico verschuift bovendien van de bouwplaats naar de fabriek, waar temperatuur, materiaal en planning veel beter te controleren zijn dan buiten in de regen. Voor een sector die al jaren kampt met personeelstekort en waarin experimenten met alternatieve bouwmaterialen zoals hout steeds serieuzer worden genomen, is dat een aantrekkelijk vooruitzicht.
Toch is 3D-printen geen wondermiddel voor het woningtekort. De printfabrieken kunnen nog niet op grote schaal produceren en de investering in de apparatuur is fors. Volgens de NOS gaat het voorlopig om enkele tientallen woningen per jaar, niet om duizenden. De techniek bewijst zich, maar de opschaling naar hele wijken moet nog gebeuren.
Wat je hier zelf mee kunt als je gaat bouwen of kopen
Overweeg je zelf een kavel of nieuwbouwwoning, dan is dit een trend om in de gaten te houden, niet om nu al op te wachten. Vraag bij een nieuwbouwproject gerust naar de bouwmethode: steeds meer ontwikkelaars combineren prefab-elementen met geprinte onderdelen voor bijvoorbeeld gevels of erkers. Dat kan de bouwtijd verkorten zonder dat je woning er anders uitziet dan een traditioneel gebouwd huis. En mocht je toevallig in Eindhoven zoeken naar een nieuwbouwwoning met een verhaal: de kans dat je toekomstige muren ooit uit een printer zijn gerold, wordt met het jaar groter.