Architectuur

Je nieuwe huis wordt straks van hennep gebouwd

· 6 min leestijd

Rijd je binnenkort langs een nieuwbouwwijk, dan is de kans groot dat het casco niet uit beton bestaat, maar uit hennep, stro of hout. De Rijksoverheid wil dat in 2030 dertig procent van alle nieuwbouwwoningen voor minstens dertig procent uit biobased materiaal bestaat, en dat dertig procent van de isolatie eveneens uit natuurlijke grondstoffen komt. De bouwsector noemt dat zelf de 30-30-30-doelstelling, en die is geen vaag toekomstplan meer. Dit jaar worden er al zo'n vijftien- tot zeventienduizend woningen gebouwd die aan die norm voldoen.

Dat is een fors verschil met een paar jaar geleden, toen biobased bouwen vooral een nichetoepassing was voor ecologisch bewuste zelfbouwers. Nu zit het middenin de reguliere woningbouw, gedreven door regelgeving die fossiele bouwmaterialen steeds duurder en ingewikkelder maakt.

Wat er precies verandert aan de bouwplaats

Het gaat niet om één wondermateriaal, maar om een hele familie van grondstoffen die traditioneel beton, staal en steenwol vervangen. Hennepkalk wordt gebruikt als wand- en isolatiemateriaal, strobalen dienen als bouwblokken in houtskeletbouw, en onderzoekers experimenteren met mycelium, het wortelnetwerk van paddenstoelen, als bindmiddel voor lichte bouwpanelen. Ook leem en zelfs bagger uit rivieren worden onderzocht als grondstof.

TNO volgt deze ontwikkeling op de voet en noemt hennep, leem, zeewier, bagger en mycelium de vijf materialen met de meeste potentie voor de komende jaren. Het voordeel zit niet alleen in de CO2-uitstoot tijdens de productie, die bij beton en staal hoog ligt, maar ook in het feit dat veel van deze grondstoffen CO2 vastleggen terwijl ze groeien. Een muur van hennepkalk slaat dus letterlijk broeikasgas op in plaats van dat hij het uitstoot.

Waarom de overheid nu meer druk zet

De Nationale Aanpak Biobased Bouwen ging eind 2023 van start en wordt eind dit jaar geëvalueerd, met een geactualiseerde versie als resultaat. Ondertussen trekt het Rijk zo'n tweehonderd miljoen euro uit om de sector te ondersteunen, onder meer via extra ISDE-subsidie voor biobased isolatiemateriaal.

Minstens zo belangrijk zijn de strengere eisen aan de Milieuprestatie Gebouwen, de MPG-norm die bepaalt hoeveel milieubelasting een gebouw tijdens zijn levenscyclus mag veroorzaken. Bouwbedrijven die vasthouden aan traditioneel beton en staal lopen tegen steeds hogere drempels aan, terwijl projecten met natuurlijke materialen makkelijker aan de norm voldoen. Dat verschuift de businesscase: biobased bouwen is niet langer alleen een idealistische keuze, het wordt ook een praktische manier om aan regelgeving te voldoen.

Hoe die verschuiving er in de praktijk uitziet, was al te zien bij het hoogste houten gebouw van Nederland dat in Rotterdam verrijst, waar een groot deel van de constructie uit hout in plaats van beton bestaat.

De prijs die je er nu nog voor betaalt

Er is een reden dat dit niet overal al de standaard is: biobased bouwen kost gemiddeld tien tot dertig procent meer dan bouwen met conventionele materialen. Dat verschil zit in kleinere productieschaal, minder gestandaardiseerde bouwprocessen en een aannemerswereld die nog moet wennen aan nieuwe technieken.

Voor wie zelf een woning laat bouwen of ingrijpend verbouwt, betekent dat een reële afweging tussen instapkosten en de langetermijnvoordelen: een lagere energierekening, een gezonder binnenklimaat en een woning die makkelijker aan toekomstige duurzaamheidseisen voldoet. Overweeg je die stap, houd dan ook rekening met de verzekeringskant. Bij het verbouwen of verduurzamen van je huis is het slim om vooraf te checken wat je polis wel en niet dekt, zeker bij een bouwmethode die nog niet overal even bekend is bij verzekeraars.

Gezonder wonen als bijvangst

Naast de klimaatwinst wijzen bouwers steeds vaker op een ander argument: het woongevoel. Op een project in Utrecht vertelden bewoners aan de NOS dat een huis van hout simpelweg gezonder aanvoelt en ruikt dan een woning van beton en gips. Natuurlijke materialen als hout, hennep en leem reguleren vocht van nature beter, wat bijdraagt aan een prettiger binnenklimaat en minder kans op schimmelvorming.

Dat argument speelt ook mee bij de opmars van bouwstijlen die met natuurlijke materialen werken, zoals te zien is bij de Kempische bouwstijl die steeds vaker in Nederlandse nieuwbouwwijken opduikt, met zijn nadruk op baksteen, hout en een warme, ambachtelijke uitstraling.

Wat dit betekent voor jouw volgende verbouwing

Ga je zelf bouwen of ingrijpend verbouwen, dan is het de moeite waard om biobased alternatieven serieus mee te nemen in het gesprek met je aannemer, ook als je geen uitgesproken duurzaamheidsfanaat bent. Hennepkalk als isolatie in een spouwmuur, een dakconstructie met stro-elementen of een gevel met houten beplating zijn inmiddels beproefde technieken, geen experimentele projecten meer.

De prijs ligt nu nog hoger, maar met de aangescherpte MPG-normen en de subsidies die er tegenover staan, wordt dat verschil de komende jaren kleiner. Wie nu al met deze materialen bouwt, loopt voor op regelgeving die toch je kant op komt.

T
Geschreven door Thomas Akkerman Bouw & renovatie schrijver

Thomas is aannemer van beroep en schrijft met de kennis van iemand die al honderden woningen van binnen heeft gezien, inclusief de muren waar je liever niet achter kijkt. Hij legt bouwkundige zaken uit zonder jargon omdat hij vindt dat elke Nederlander zou moeten weten wat een vochtweringlaag is en waarom je er een wilt. Zijn artikelen lezen als een gesprek met die ene handige vriend die je altijd belt als er iets stuk is, alleen dan beter onderbouwd. Hij begon met schrijven nadat hij voor de zoveelste keer een klant moest uitleggen waarom goedkoop uit soms dubbel betalen is. Zijn meest controversiële mening: de meeste klusprogramma's op tv zijn entertainment, geen instructie. In het weekend vind je hem op de bouwmarkt, niet omdat hij iets nodig heeft, maar omdat hij het er gewoon naar zijn zin heeft.