Architectuur

Een op de vijf nieuwe huizen komt nu gewoon uit de fabriek

· 6 min leestijd

Terwijl je twijfelt over vloerkleur of een boogvormige doorgang, staat je toekomstige huis misschien al half in elkaar gezet op een fabrieksterrein in Zwolle of Steenwijk. In 2025 werden er in Nederland 14.700 woningen industrieel geproduceerd, een stijging van 8 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau Roland Berger. Ruim een op de vijf nieuwbouwwoningen komt inmiddels letterlijk van de lopende band.

Van bouwplaats naar productiehal

Fabrieksmatig bouwen betekent dat complete woonmodules, badkamers, gevelelementen of zelfs hele appartementen binnen worden geproduceerd en pas op het laatst met een kraan op de fundering worden gezet. Geen weersverlet, geen wekenlange metselklussen op locatie, wel strakke planning en minder ruimte voor improvisatie tijdens de bouw zelf.

De twintig grootste producenten zijn samen goed voor 83 procent van de Nederlandse prefab-productie. Namen als Daiwa, Plegt-Vos, Barli en Van Wijnen, dat met het label Fijn Wonen werkt, lopen voorop. Ook Ursem, dat samenwerkt met Heddes, hoort bij de koplopers. Dit zijn geen kleine start-ups meer, maar bedrijven die complete woonwijken uit een fabriekshal rollen.

Steeds vaker een appartement, niet een vrijstaand huis

Wat opvalt in de cijfers van Roland Berger: fabrieksbouw verschuift richting gestapelde bouw. In 2025 was 67 procent van de industrieel geproduceerde woningen een appartement, tegenover 61 procent een jaar eerder. Het beeld van de fabriekswoning als houten bungalow op een trailer klopt dus steeds minder. De echte groei zit in complete woonblokken en portiekflats die in delen worden aangevoerd.

Dat sluit aan bij een bredere trend die je op deze site al voorbij zag komen: oude kantoorpanden die worden omgebouwd tot woningen. Ook daar draait het om snelheid en schaal, in plaats van het traditionele huis-voor-huis bouwen.

Waarom het kabinet hier fors op inzet

De groei is geen toeval. Het kabinet wil dat binnen vier jaar minstens de helft van alle nieuwbouwwoningen fabrieksmatig wordt geproduceerd, en trekt daarvoor 287 miljoen euro uit om gemeenten te ondersteunen. Dat maakte minister Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bekend bij de start van de Taskforce Versnelling Woningbouw, waarin zes ministeries samenwerken. Doel: het ontwerp- en vergunningstraject terugbrengen van acht naar vier jaar, onder meer door standaardisatie van bouwmethoden.

Voor de volledige kabinetsplannen rond fabrieksmatig bouwen is standaardisatie het sleutelwoord: hoe meer huizen op hetzelfde basisontwerp lijken, hoe sneller een fabriek ze kan produceren.

Goedkoper en schoner, maar niet zonder haken en ogen

De cijfers achter fabrieksbouw zijn aantrekkelijk. Volgens Roland Berger was 73 procent van de industrieel geproduceerde woningen goedkoper dan een vergelijkbare traditioneel gebouwde woning, en stoot de fabrieksproductie ongeveer 80 procent minder CO2 uit doordat materiaal en logistiek veel efficiënter worden ingezet.

Toch gaat de opschaling langzamer dan het kabinet voor ogen had. De gemiddelde bezettingsgraad van Nederlandse woningfabrieken ligt nog op maar 45 procent. Er staat dus capaciteit stil, terwijl de wachtlijsten voor een huis alleen maar langer worden. Vergunningprocedures, grondposities en de beschikbaarheid van bouwlocaties blijven de knelpunten, niet de fabrieken zelf.

Wie nu een nieuwbouwhuis koopt, merkt van dit hele proces vaak weinig. Het casco staat er soms al binnen enkele dagen, terwijl de afwerking op locatie nog weken duurt. En met de milieukorting op kleine nieuwbouwwoningen die sinds juli geldt, wordt compact en fabrieksmatig bouwen ook financieel aantrekkelijker voor ontwikkelaars.

Wat dit betekent voor jouw volgende huis

Als je de komende jaren op zoek gaat naar nieuwbouw, is de kans groot dat je uiteindelijk in een fabriekswoning terechtkomt zonder dat je het als zodanig hebt herkend. De buitenkant verraadt vrijwel niets: baksteen, kozijnen en dakpannen zien er hetzelfde uit als bij traditioneel gebouwde huizen. Het verschil zit in de planning, de prijs en steeds vaker ook in de CO2-voetafdruk van je nieuwe adres. Vraag bij een volgende bezichtiging gerust hoe het casco is gemaakt. De kans is groot dat het antwoord je verrast.

T
Geschreven door Thomas Akkerman Bouw & renovatie schrijver

Thomas is aannemer van beroep en schrijft met de kennis van iemand die al honderden woningen van binnen heeft gezien, inclusief de muren waar je liever niet achter kijkt. Hij legt bouwkundige zaken uit zonder jargon omdat hij vindt dat elke Nederlander zou moeten weten wat een vochtweringlaag is en waarom je er een wilt. Zijn artikelen lezen als een gesprek met die ene handige vriend die je altijd belt als er iets stuk is, alleen dan beter onderbouwd. Hij begon met schrijven nadat hij voor de zoveelste keer een klant moest uitleggen waarom goedkoop uit soms dubbel betalen is. Zijn meest controversiële mening: de meeste klusprogramma's op tv zijn entertainment, geen instructie. In het weekend vind je hem op de bouwmarkt, niet omdat hij iets nodig heeft, maar omdat hij het er gewoon naar zijn zin heeft.