Architectuur

Jouw doodlopende straat was nooit een ontwerpfout

· 5 min leestijd

Woon je in een wijk uit de jaren zeventig of tachtig, dan ken je het gevoel. Bezoek dat voor het eerst langskomt, rijdt altijd verkeerd. De straat voor je huis loopt na honderd meter dood in een soort speelplein met een paar parkeerplekken, en nergens is een rechte weg te vinden. Dat voelt als een ontwerpfout, maar het is precies zo bedoeld. Je woont in wat stedenbouwkundigen een woonerf noemen, en het concept komt uit een kleine Nederlandse stad die geen zin had in doorgaand autoverkeer.

Het begon met opgebroken stoeptegels in Delft

De woonerf is een Nederlandse uitvinding, en volgens de geschiedenis op Wikipedia ontstond het idee in Delft. Bewoners braken daar 's nachts stoeptegels open, zodat automobilisten moesten afremmen om de obstakels te ontwijken. Geen verkeersbord kon chauffeurs zo snel vertragen als een kuil in het wegdek. Die actie werd de basis voor een heel nieuw soort straat: geen scheiding meer tussen rijbaan en stoep, maar één gedeelde ruimte waar voetgangers, fietsers, spelende kinderen en auto's elkaar moeten zien en ontwijken. De naam woonerf betekent zoiets als "woonplek" of "leefgrond", en dat is precies het uitgangspunt. De straat is er niet om snel ergens te komen, maar om te wonen.

Dat uitgangspunt sloeg aan. Nederland bouwde in de jaren zeventig fors uit buiten de grote steden, onder het beleid van gebundelde deconcentratie uit de Tweede Nota Ruimtelijke Ordening van 1966. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag verloren juist inwoners in die periode: Amsterdam zakte van 868.445 inwoners in 1964 naar 862.488 in 1966, en die daling zette zich door tot halverwege de jaren tachtig. Veel van die nieuwe groei kwam terecht in groeikernen zoals Almere, waar de eerste woningen in 1976 werden opgeleverd. Almere telt inmiddels 232.000 inwoners en is de achtste stad van Nederland.

Honderden straten tegelijk volgens hetzelfde idee

De woonerf bleef niet beperkt tot een paar proefstraten. In de jaren zeventig werd de hele plaats Emmen als woonerf ingericht, en in 1976 nam de Nederlandse overheid het principe op in de landelijke richtlijnen voor straatontwerp. Dat gaf stedenbouwkundigen door het hele land een kant-en-klaar recept: korte, kronkelende straten die ergens doodlopen in een groene speelruimte, lage bebouwing in plaats van hoogbouw, en zo min mogelijk doorgaand verkeer. Die aanpak paste bij het verzet tegen de eenvormige galerijflats en de focus op de auto uit de jaren zestig. Het Centraal Bureau voor de Statistiek beschrijft in zijn tijdlijn van de Nederlandse woningvoorraad de wijk De Werven in Almere Haven als voorbeeld: veel laagbouw, een wirwar van straatjes, autoluw en met groene erven waar kinderen gewoon buiten konden spelen.

Tegen 1999 stonden er in Nederland al meer dan 6.000 van dit soort woonerven, en in 2011 woonden er naar schatting twee miljoen Nederlanders in zo'n straat. Dat is ruim een op de acht inwoners van het land, allemaal in een straat die bewust is ontworpen om niet als doorgangsroute te werken.

Vijftien kilometer per uur, en de stoep bestaat niet

De juridische kant van een woonerf is net zo bijzonder als het ontwerp. In Nederland geldt op een woonerf een maximumsnelheid van 15 kilometer per uur, vastgelegd in artikel 44 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Er is geen apart voetpad, dus voetgangers mogen de hele breedte van de straat gebruiken en spelen is toegestaan. Dat verklaart waarom je als automobilist in zo'n wijk voortdurend uitkijkt: er is geen stoeprand die je vertelt waar de auto's horen en waar de mensen lopen, dus je moet zelf constant inschatten of er een kind achter die geparkeerde auto vandaan komt.

In België bestaat een vergelijkbare regeling, met het woonerf en het bredere begrip erf, waarbij een erf ook ruimte biedt aan ambacht, handel of recreatie naast wonen. Ook daar geldt een limiet van 20 kilometer per uur en mag er alleen geparkeerd worden op aangegeven plekken.

Van Delft naar Engelse nieuwbouwwijken

Het idee bleef niet binnen de grens. In het Verenigd Koninkrijk werd het concept overgenomen onder de naam home zone, met dezelfde insteek: straten waar de auto te gast is in plaats van de hoofdgebruiker. Sommige Engelstalige vakliteratuur gebruikt zelfs direct de Nederlandse term woonerf, zonder vertaling, omdat er geen goed alternatief voor bestond. Dat een Nederlands ontwerp uit een studentenprotest in Delft decennia later een vaste term werd in Britse stedenbouw, zegt iets over hoe grondig het idee doordacht was.

Wat dit betekent voor je eigen straat vandaag

Terwijl nieuwbouwwijken nu vaak vastlopen op heel andere problemen, zoals een jaar zonder stroom door netcongestie of de zoektocht naar geschikte bouwlocaties voor tienduizenden woningen, bewijst jouw jaren zeventig wijk dat een prettige, veilige straat niet per se brede wegen of hoogbouw nodig heeft. Dezelfde laagbouw-aanpak duikt inmiddels ook op een heel andere manier op, bijvoorbeeld wanneer oude kantoorpanden worden omgebouwd tot woningen in plaats van dat er nieuwe grond wordt aangesneden.

Dus de volgende keer dat een bezorger jouw doodlopende straat drie keer inrijdt en weer terug moet, weet je waarom. Iemand in Delft besloot vijftig jaar geleden dat een beetje verwarring voor automobilisten een kleine prijs is voor een straat waar kinderen gewoon buiten kunnen spelen.

T
Geschreven door Thomas Akkerman Bouw & renovatie schrijver

Thomas is aannemer van beroep en schrijft met de kennis van iemand die al honderden woningen van binnen heeft gezien, inclusief de muren waar je liever niet achter kijkt. Hij legt bouwkundige zaken uit zonder jargon omdat hij vindt dat elke Nederlander zou moeten weten wat een vochtweringlaag is en waarom je er een wilt. Zijn artikelen lezen als een gesprek met die ene handige vriend die je altijd belt als er iets stuk is, alleen dan beter onderbouwd. Hij begon met schrijven nadat hij voor de zoveelste keer een klant moest uitleggen waarom goedkoop uit soms dubbel betalen is. Zijn meest controversiële mening: de meeste klusprogramma's op tv zijn entertainment, geen instructie. In het weekend vind je hem op de bouwmarkt, niet omdat hij iets nodig heeft, maar omdat hij het er gewoon naar zijn zin heeft.