Tuin & Terras

Steeds meer Nederlanders graven een kuil in hun tuin

· 5 min leestijd

Het klinkt absurd, maar het werkt. Steeds meer Nederlandse tuinbezitters graven dit voorjaar een kuil van twee bij één meter in hun gazon, vullen die met grof zand en waterminnende planten, en kijken vervolgens tevreden toe hoe een hoosbui in een uur leegloopt in plaats van naar het riool te stromen. De wadi, lange tijd alleen bekend uit gemeentelijke groenstroken langs nieuwbouwwijken, duikt op in de particuliere achtertuin.

Wat is een wadi precies

Een wadi is een ondiepe verlaging in de tuin, doorgaans dertig tot vijftig centimeter diep. Tijdens een bui loopt hij vol water, daarna zakt het langzaam in de bodem en is hij meestal binnen zes tot twaalf uur weer leeg. Het idee is geleend van waterbouwkundigen die wadi’s al sinds de jaren negentig aanleggen langs nieuwe woonwijken, om wateroverlast bij hevige regenval te voorkomen.

Wat nieuw is, is de schaal. Een wadi werkt namelijk ook prima in een rijtjeshuistuin van vijftig vierkante meter, en de aanleg vraagt niet veel meer dan een schop, een vrij weekend en wat goed gezelschap. Bij Wikipedia is de term in zijn breedste betekenis terug te vinden, maar de tuinversie is veel kleiner en bescheidener dan zijn waterbouwkundige voorganger.

Waarom dit nu opkomt

De Nederlandse buienpiek is verschoven. Volgens het KNMI spreken we van een hoosbui zodra er meer dan 25 millimeter regen per uur valt, en zulke buien komen frequenter voor: de meest extreme regen wordt ongeveer twaalf procent zwaarder per graad opwarming. Sinds 1951 is het aantal dagen met meer dan vijftig millimeter neerslag al met 85 procent toegenomen.

Tegelijk zijn veel Nederlandse achtertuinen volledig betegeld. Regenwater dat op die tegels valt kan nergens heen behalve het riool, en bij een echt zware bui staat dat riool al snel onder druk. Het afkoppelen van regenwater is daarom een speerpunt geworden van het Kennisportaal Klimaatadaptatie en van vrijwel alle grote gemeentes.

Hoe je er zelf een aanlegt

Begin met kijken waar het water tijdens een bui vanzelf naartoe stroomt. Daar zit je laagste punt en dat is meestal ook de logische plek voor de wadi. Steek een bak uit van twee bij één meter en dertig centimeter diep. De aarde die overblijft kun je gebruiken om de randen iets op te hogen, zodat het water keurig de wadi in stroomt en niet alsnog richting de buren wegvloeit.

Onderin komt een laag grof zand of grind van vijf tot tien centimeter, daarbovenop tuinaarde gemengd met compost. Sluit eventueel een regenpijp aan op de wadi met een ondergronds buisje, zodat ook het water van het dak deze kant op gaat in plaats van naar de straat.

Vul het vak met planten die zowel natte als droge perioden goed verdragen. Gele lis, dotterbloem, kattenstaart en zeggesoorten doen het uitstekend. Vermijd planten die nooit met natte voeten kunnen staan, zoals lavendel of tijm: die overleven de eerste flinke bui niet.

De logische volgende stap

De wadi past in een bredere beweging. Eerder schreven we al hoe de betontegel plaatsmaakt voor split en grind en hoe strakke borders verdwijnen ten gunste van losse beplanting. Beide trends draaien om dezelfde gedachte: minder hard, meer doorlaatbaar.

De wadi is daarvan de logische uitwerking. Als je toch al van tegels af wilt en meer doorlatende ondergrond aanlegt, kun je net zo goed één plek aanwijzen die expliciet water bergt. Dan vang je niet alleen op wat in je eigen tuin valt, maar ook wat van het dak afloopt.

Niet alleen functioneel

Wat veel mensen verrast: een wadi ziet er ook gewoon mooi uit. Je krijgt een laagte met hoge grassen en bloemen die zonder hekje of randje overgaat in de rest van je tuin. Het sluit aan bij de verwilderingstrend die we vorig voorjaar bespraken: rommelig op het oog, maar zorgvuldig opgezet.

In de zomer trekt zo’n strook insecten en vogels aan. Vlinders en bijen komen af op de bloeiende planten, vogels gebruiken het lage gedeelte als drinkbak na een bui. Voor wie iets aan biodiversiteit wil doen zonder een halve hectare grond is de wadi een opvallend efficiënte oplossing in een klein oppervlak.

Subsidie maakt het rendabel

Veel grote gemeentes geven inmiddels subsidie voor het afkoppelen van regenwater. Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag bieden bedragen tussen vijf en twintig euro per vierkante meter afgekoppeld dakoppervlak, met soms een bonus als het water naar een infiltratievoorziening zoals een wadi gaat. De exacte regeling verschilt per gemeente en per jaar.

Even rekenen: een gemiddeld rijtjeshuisdak van vijftig vierkante meter levert dan al snel 250 tot duizend euro aan subsidie op. Genoeg om de planten, het zand en eventueel een fatsoenlijke schop ruim te dekken. Check vooraf wat jouw gemeente vergoedt, want de meeste regelingen vereisen aanvraag voordat je begint te graven; achteraf wordt het meestal niet meer toegekend.

Dit is wat je morgen anders doet

Voordat je een schop in de grond zet: pak je telefoon en film tijdens de volgende stevige bui waar het water naartoe loopt. Dat lage punt is je natuurlijke aansluiting. Bel of mail vervolgens je gemeente over de subsidieregeling, omdat die vrijwel altijd vooraf moet worden aangevraagd en niet met terugwerkende kracht.

En begin klein. Een wadi van twee bij één meter is in een weekend te graven en geeft direct een gevoel of het in jouw tuin werkt. Functioneert hij naar wens, dan kun je hem altijd uitbreiden. De grootste fout die mensen maken is meteen een te groot vak willen, halverwege vastlopen en het project drie zomers laten liggen als half geslaagde modderpoel.

P
Geschreven door Pepijn Mulder Tuin & groen schrijver

Pepijn is de plantengek van de redactie en hij draagt die titel met trots. Hovenier van beroep en schrijver uit passie, hij weet precies welke plant in welke kamer moet staan, hoeveel licht die nodig heeft en waarom de jouwe er waarschijnlijk beter uitziet dan de zijne. Spoiler: meer licht en minder goed bedoeld overgieten. Zijn eigen verzameling telt meer dan honderd planten en hij kent ze allemaal bij naam, de Latijnse naam welteverstaan. Hij schrijft met de overtuiging dat een groene woning een gelukkige woning is, en de wetenschap geeft hem daarin gelijk. Op vakanties bezoekt hij botanische tuinen terwijl zijn reisgenoten op het strand liggen, en hij heeft daar geen enkel probleem mee.